Een veiligheidslichtscherm lijkt op het eerste gezicht een overzichtelijk product: een zender, een ontvanger en een veiligheidsstop. In de praktijk bepaalt de gekozen uitvoering echter of medewerkers veilig kunnen werken én of de machine zonder onnodige onderbrekingen blijft draaien. Veiligheidslichtschermen vergelijken vraagt daarom om meer dan het naast elkaar zetten van beschermhoogte en prijs. De toepassing, de risicoanalyse, de besturing en de werkelijke werksituatie moeten samen kloppen.
Een lichtscherm is vooral geschikt wanneer toegang tot een gevarenzone nodig blijft, bijvoorbeeld bij handmatige invoer, uitname van producten, palletiseren of een pers- en verpakkingsmachine. Het scherm stopt de gevaarlijke beweging zodra een persoon of lichaamsdeel het detectieveld onderbreekt. De juiste keuze voorkomt twee ongewenste situaties: onvoldoende bescherming aan de ene kant, en een oplossing die de productie frustreert aan de andere.
1. Begin met de risicoanalyse, niet met het product
De vereiste prestaties van een veiligheidslichtscherm volgen uit de risicoanalyse van de machine. Daarbij zijn de ernst van mogelijk letsel, de blootstellingsfrequentie en de mogelijkheid om gevaar te vermijden bepalend. Deze beoordeling leidt onder meer tot het benodigde Performance Level (PL) volgens EN ISO 13849-1.
In veel industriële toepassingen komt een Type 4-lichtscherm in beeld. Deze uitvoering biedt een hoog niveau van foutdetectie en is bedoeld voor toepassingen met een hoger risico. Type 2-lichtschermen kennen een periodieke interne test en kunnen in specifieke, minder kritische toepassingen passend zijn. Dat verschil is niet alleen technisch. Het heeft directe gevolgen voor de toegestane veiligheidsfunctie, validatie en de onderbouwing in het machinedossier.
Kijk ook naar de volledige veiligheidsketen. Een lichtscherm met een passend PL levert geen veilige oplossing op als relais, veiligheidscontroller, bekabeling, contactoren of aandrijving niet op hetzelfde vereiste niveau zijn uitgevoerd. De norm EN ISO 13849-1 beoordeelt het besturingsdeel als geheel, niet één afzonderlijk component.
2. Kies de resolutie op basis van wat u wilt detecteren
De resolutie, vaak detectievermogen genoemd, geeft aan welk minimaal object het lichtscherm betrouwbaar herkent. Een handdetectie-uitvoering heeft bijvoorbeeld vaak een resolutie van 30 mm. Voor vingerbescherming is een fijnere resolutie nodig, zoals 14 mm. Voor toegangsbeveiliging waarbij het scherm vooral een volledig persoon moet herkennen, zijn grotere bundelafstanden mogelijk.
Een fijnere resolutie is niet automatisch beter. Die kan het systeem gevoeliger maken voor vervuiling, uitlijnfouten en ongewenste onderbrekingen. Bovendien beïnvloedt de resolutie de minimale veiligheidsafstand. Hoe kleiner het te detecteren lichaamsdeel, hoe dichter iemand in theorie bij het gevaar kan komen. De opstelling moet daarop zijn berekend.
Bepaal daarom eerst welk lichaamsdeel de gevarenzone kan bereiken. Bij een invoeropening van een machine is handdetectie vaak logisch. Bij een open toegang tot een robotcel is bescherming tegen volledige toegang relevanter. Een lichtscherm mag geen openingen boven, onder of naast het detectieveld overlaten waar iemand alsnog langs kan reiken of stappen.
3. Bereken de veiligheidsafstand in de werkelijke opstelling
De afstand tussen lichtscherm en gevaarpunt is een van de belangrijkste ontwerpkeuzes. Staat het scherm te dichtbij, dan kan een medewerker na detectie het gevaarpunt bereiken voordat de machine stilstaat. De vereiste afstand wordt berekend met de benaderingssnelheid en de totale stoptijd van de installatie, volgens EN ISO 13855.
Die totale stoptijd is breder dan de remtijd van de machine. Neem ook de reactietijd van het lichtscherm, de veiligheidslogica, uitgangen, vermogenselementen en de daadwerkelijke stilstandtijd van de gevaarlijke beweging mee. Bij oudere machines is het verstandig deze stoptijd te meten in plaats van uit te gaan van historische documentatie.
De montageplaats verdient minstens zoveel aandacht als de berekening. Denk aan de wijze waarop operators materiaal invoeren, storingen verhelpen en producten uitnemen. Een scherm dat formeel correct is geplaatst maar medewerkers dwingt om erlangs te lopen, wordt in de praktijk een bron van omzeiling. Waar nodig zijn vaste afschermingen, zijpanelen of aanvullende beveiliging nodig om toegang buiten het veld uit te sluiten.
4. Vergelijk beschermhoogte, bereik en mechanische inbouw
De beschermhoogte moet het volledige toegangsvlak afdekken. Meet daarom niet alleen de opening van de machine, maar kijk ook naar mogelijke toegang vanaf een verhoging, door een transportbaan of onder een frame. Bij brede openingen kunnen meerdere lichtschermen naast elkaar worden geplaatst of is een oplossing met spiegels mogelijk. Spiegels besparen ruimte, maar vragen wel om nauwkeurige uitlijning en extra aandacht voor de maximale reikwijdte.
Het opgegeven bereik moet passen bij de werkelijke afstand tussen zender en ontvanger, inclusief marge. In een schone, stabiele omgeving is die marge anders dan in een productieruimte met stof, damp, trillingen of temperatuurschommelingen. Controleer ook de beschikbare montageruimte, de bescherming van kabels en de kans op beschadiging door karren, producten of gereedschappen.
Bij veiligheidslichtschermen vergelijken is de behuizing daarom geen detail. Een passende IP-klasse, trillingsbestendige montage en beschermende profielen kunnen in een logistieke of zware industriële omgeving het verschil maken tussen een duurzame installatie en terugkerende storingen.
5. Beoordeel reset, herstartbeveiliging en diagnose
Na een onderbreking van een lichtscherm mag een gevaarlijke beweging niet altijd automatisch opnieuw starten. Wanneer iemand zich in de gevarenzone kan bevinden, is handmatige reset buiten die zone nodig. De resetknop moet zo zijn geplaatst dat de bediener zicht heeft op het volledige gevaargebied en niet vanuit de zone zelf kan worden bediend.
Let ook op de diagnosemogelijkheden. Duidelijke ledindicatie, foutcodes en signalering naar de machinebesturing verkorten storingszoeken. Dit is relevant voor maintenance, maar ook voor de operatie. Een melding die onderscheid maakt tussen onderbreking, slechte uitlijning, vervuiling en een veiligheidsfout voorkomt dat medewerkers onnodig aan instellingen gaan draaien.
Externe apparaatsbewaking, vaak EDM genoemd, kan nodig zijn om terugkoppeling van contactoren of andere vermogenselementen te controleren. Bespreek vooraf hoe de veiligheidsuitgangen, meestal OSSD-uitgangen, worden aangesloten op de bestaande veiligheidsrelais of veiligheids-PLC. De aansluiting moet passen bij de architectuur van de machine en valideerbaar zijn.
6. Gebruik muting en blanking alleen als de toepassing dat rechtvaardigt
Bij materiaaltransport kan het noodzakelijk zijn dat pallets, dozen of producten door het lichtscherm bewegen zonder dat de machine stopt. Daarvoor bestaan functies zoals muting. Sensoren herkennen dan een vooraf gedefinieerde materiaalbeweging, waarna het lichtscherm tijdelijk wordt overbrugd. Dit kan de beschikbaarheid sterk verbeteren, maar maakt het ontwerp ook kritischer.
Een mutingoplossing moet voorkomen dat een persoon dezelfde sensorvolgorde kan gebruiken om toegang te krijgen. De plaats van de mutingsensoren, tijdvensters, richtingherkenning, indicatie en eventuele mutinglamp zijn daarom onderdeel van het veiligheidsontwerp. Kies deze functie niet omdat productie-uitval vervelend is, maar omdat de materiaalstroom aantoonbaar en beheerst van personen te onderscheiden is.
Blanking kan in bepaalde gevallen openingen of vaste objecten in het detectieveld toestaan. Ook dit vraagt een zorgvuldige onderbouwing. Als een configuratie ruimte laat voor een hand of arm, is zij niet geschikt. Bij wijzigingen aan de machine, het productformaat of de tooling moet deze beoordeling opnieuw worden gedaan.
7. Kijk verder dan het lichtscherm zelf
Een goed gekozen lichtscherm is pas effectief als het in de dagelijkse operatie past. Betrek daarom operators, maintenance en HSE vroeg in het traject. Zij zien vaak als eerste waar reflecties optreden, waar materiaal tijdelijk wordt neergezet of welke storingshandeling niet in de oorspronkelijke machineopstelling was voorzien.
Bij bestaande machines zijn aanvullende maatregelen regelmatig nodig: een aanpassing van de besturing, een nieuwe stopmeting, afscherming van zijtoegang of een andere opstelling van bedieningspanelen. Dat is geen tekortkoming van het lichtscherm, maar de realiteit van machineveiligheid. De norm IEC 61496 geeft eisen voor elektrogevoelige beveiligingsvoorzieningen, terwijl de toepassing altijd moet aansluiten op de machine, de risicoanalyse en de validatie van de complete veiligheidsfunctie.
Promasafe kan hierbij het traject verbinden: van risicoanalyse en keuze van de veiligheidscomponenten tot engineering, installatie, validatie en instructie op de werkvloer. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat medewerkers veilig en praktisch kunnen uitvoeren.
Maak de keuze op de werkvloer
Leg een veiligheidslichtscherm nooit uitsluitend naast een productspecificatie. Loop naar de machine, bekijk de toegangspunten tijdens productie én tijdens storing, meet de stoptijd en bespreek de werkwijze met de mensen die er dagelijks mee werken. Dan wordt duidelijk welke beveiliging de machine daadwerkelijk veiliger maakt zonder onnodige hinder voor het proces.


